N.V. Westerscheldetunnel Meer WST
Actuele verkeersinformatie met de app
Blijf op de hoogte Altijd op de hoogte van de actuele verkeerssituatie

Wat zit er in een hulppost en dwarsverbinding?

We hopen dat je het nooit hoeft mee te maken, maar als je een keer pech hebt of moet vluchten in de Westerscheldetunnel of Sluiskiltunnel, dan wil je natuurlijk wel weten welke voorzieningen er zijn. We laten je graag zien wat je achter een deur van een hulppost en dwarsverbinding kunt vinden en wanneer je er gebruik van kunt maken.

Als je door de tunnel rijdt, zie je aan de rechterkant van de tunnelwand rode deuren met daarachter hulpposten. Open je een hulppost, dan krijgt de tunneloperator een signaal en ziet hij je, via de camera in de hulppost, automatisch in beeld. Maar wat zit verder nog in een hulppost en wat kun je ermee?

135 hulpposten in de Westerscheldetunnel
26 hulpposten in de Sluiskiltunnel
50 meter is de afstand tussen twee hulpposten

Een hulppost bestaat uit twee delen: een algemeen deel en een deel voor de hulpdiensten. In het algemene deel vind je voorzieningen die jij als bestuurder kunt gebruiken bij pech of een incident in de tunnel:

  1. Een slanghaspel met een slang van ruim 50 meter. Met het schuimvormend middel kun je een voertuigbrand blussen.
  2. Een uitneembare schuimblusser.
  3. Een noodtelefoon waarmee je rechtstreeks naar de operator kunt bellen.

Dit deel is voor de hulpdiensten. Je vindt er:

  1. Een wandcontactdoos van 230V
  2. Een aansluitpunt voor bluswater (lagedrukslangen) en een wateropbrengst van 2000 liter/minuut. Er is een drukverlager ingebouwd, zodat hulpdiensten die niet hoeven aan te sluiten.
  3. Een verwarmingselement. Dit zorgt ervoor dat de temperatuur in de hulppost niet onder het vriespunt komt.
  4. Schuimvormend middel. Dit wordt bij het water uit de slanghaspel gemengd. De voorraad is genoeg om 25 minuten met schuim te kunnen blussen. Daarna kan er onbeperkt met water geblust worden.
  5. Een drukknop voor de noodbediening van de brandbluspompen.

Ook in de Sluiskiltunnel vind je elke 50 meter een hulppost. Net als bij de Westerscheldetunnel bestaan ze uit een algemeen deel en een deel voor hulpdiensten. Toch zijn ze niet helemaal hetzelfde. De indeling van een hulppost in de Sluiskiltunnel is net iets anders:

  1. Een brandslang met ruim 50 meter slang. Met het schuimvormend middel kun je een voertuigbrand blussen.
  2. Een uitneembare schuimblusser.
  3. Een noodtelefoon waarmee je rechtstreeks naar de operator kunt bellen.
  1. Twee wandcontactdozen van 230V
  2. Een aansluitpunt voor bluswater (lagedrukslangen) en een wateropbrengst van 2000 liter/minuut. Op de koppeling kan een drukverlager geplaatst worden.
  3. Een verwarmingselement. Dit zorgt ervoor dat de temperatuur in de hulppost niet onder het vriespunt komt.
  4. Schuimvormend middel. Dit wordt bij het water uit de slanghaspel gemengd. De voorraad is genoeg om 25 minuten met schuim te kunnen blussen. Daarna kan er onbeperkt met water geblust worden.

Naast hulpposten vind je in beide tunnels ook dwarsverbindingen. Dit is een tunnel van zo’n 12 meter tussen de twee tunnelbuizen. In het geval van een brand kun je hier naar toe vluchten. Je vindt de vluchtdeuren naar de dwarsverbinding aan de linkerkant in de tunnelwand.

Vluchtdeuren

Alle dwarsverbindingen hebben brandwerende vluchtdeuren.  In een noodsituatie worden de vluchtdeuren door de tunneloperator ontgrendeld. Daarnaast sluit de tunneloperator beide tunnelbuizen volledig af. Het verkeer dat nog in de tunnel rijdt, wordt naar de rechter rijstrook geleid. Zo rijden er geen voertuigen op de linker rijstrook en kunnen tunnelgebruikers in de incidentbuis veilig de dwarsverbinding bereiken en naar de andere, veilige tunnelbuis vluchten.

26 dwarsverbindingen in de Westerscheldetunnel
6 dwarsverbindingen in de Sluiskiltunnel
250 meter is de afstand tussen twee dwarsverbindingen
Een dwarsverbinding in de Westerscheldetunnel
  1. Een lichtkrant. Dit informatiepaneel geeft de veilige vluchtrichting aan.
  2. Aluminium oprijplaten. De dwarsverbindingen hebben een opstap van 25 cm. Door het gebruik van oprijplaten kunnen ook mensen met een lichamelijke beperking naar de dwarsverbinding vluchten.
  3. Luidspreker. Zo geeft de tunneloperator instructies aan de tunnelgebruikers.
  4. Verlichting
  5. Noodtelefoon. Hiermee kun je rechtstreeks naar de tunneloperator bellen.
  6. Ventilatoren voor overdruk. Dit zorgt ervoor dat bij het openen van een vluchtdeur vanuit de incidentbuis geen rook de dwarsverbinding in komt.
Dwarsverbinding in de Sluiskiltunnel

De dwarsverbinding in de Sluiskiltunnel is zo’n 8 meter lang. Je vindt hier de volgende voorzieningen:

  1. Een lichtkrant. Dit informatiepaneel geeft de veilige vluchtrichting aan.
  2. Aluminium oprijplaten. De dwarsverbindingen hebben een opstap van 25 cm. Door het gebruik van oprijplaten kunnen ook mensen met een lichamelijke beperking naar de dwarsverbinding vluchten.
  3. Luidspreker. Zo geeft de tunneloperator instructies aan de tunnelgebruikers.
  4. Verlichting
  5. Noodtelefoon. Hiermee kun je rechtstreeks naar de tunneloperator bellen.

Tussen de incidentbuis en de veilige buis zit een drukverschil. Dit zorgt er voor dat er geen rook in de dwarsverbinding komt, als de vluchtdeur vanuit de incidentbuis geopend wordt. De eerste en laatste dwarsverbinding in de Sluiskiltunnel zitten in de in- en uitrit. Hier zit een ventilatieopening in het plafond. Daardoor ontstaat overdruk en kan rook de dwarsverbinding niet binnen komen als de deur geopend wordt.

 

Door de volgende, vaste signalering kun je de dwarsverbindingen vinden:

  • Verlichting van de vluchtdeur
  • Verlicht pictogram boven de vluchtdeur
  • Merktekens op het wegdek
  • Aanduiding op de tegenoverliggende tunnelwand

Extra signalering

In een noodsituatie gebruiken we extra signalering. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat extra aanduidingen nodig zijn om tunnelgebruikers aan te zetten tot vluchten. Daarnaast zorgen we er met extra verlichting en geluidsbakens ook voor dat in het geval van rookontwikkeling in de tunnel de dwarsverbindingen ook te vinden zijn.

Top 3 veelgestelde vragen

  • Wat moet ik doen als ik hulp nodig heb?

    Sta je in een tollaan en heb je hulp nodig? Druk op de intercom en je krijgt de hoofdtolgaarder aan de lijn. Die kan je helpen of stuurt een tolpleinmedewerker naar je toe. Er loopt altijd een tolpleinmedewerker op het plein.

  • Waarom mag er geen file in een tunnel ontstaan?

    File in de tunnel is ongewenst, omdat veel voertuigen zich tegelijkertijd in een tunnelbuis bevinden en de kans op kop-staartbotsingen daarmee groter wordt. Daarnaast is het vanuit veiligheidsoverwegingen niet gewenst vanwege de manier waarop de ventilatie werkt. In geval van een incident met rookvorming wordt de ventilatie ingeschakeld in de rijrichting van het verkeer. Zo gaat de rook niet over de voertuigen heen, die achter het incident vaststaan en op dat moment geen kant op kunnen. Verkeer dat zich nog voor het incident in de tunnel bevindt, ervaart geen opstopping en kan de tunnel gewoon uitrijden, voordat de rook die kant op geblazen wordt.

    In geval van file zou in ieder geval een deel van de voertuigen voor het incident ook geen kant meer op kunnen en zouden deze voertuigen toch in de rook komen te staan. Daarom is het van belang om file in de tunnel te voorkomen en zal de tunneloperator bijvoorbeeld toeritdosering en/of een snelheidsbeperking instellen bij drukte.

  • Waarom wordt er 1 rijstrook afgesloten in de tunnelbuis, als het pechgeval pas ná de tunnel staat?

    Wanneer er een pechgeval aan het eind van de tunnelbuis of direct erbuiten staat, dan wordt er uit voorzorg één rijstrook afgesloten in de hele tunnelbuis. Dit wordt ook gedaan bij werkzaamheden. Het verkeer kan (meestal over de linkse rijbaan) passeren met een beperkte snelheid van 70 km/u. Het is vanuit de tunnelwetgeving niet toegestaan om in een tunnel rijstroken te verminderen. Dit omdat het invoegen van verkeer van twee naar één rijstrook gevaarlijke situaties kunnen ontstaan, zeker vanwege het snelheidsverschil tussen het langzamere vrachtverkeer en personenauto’s. Dit kan filevorming veroorzaken of een aanrijding. Bij file in de tunnel zijn wij verplicht om de tunnel te sluiten. Aangezien we dit voor willen zijn, sluiten we voor de tunnel één rijstrook af en wordt het verkeer rustig naar één rijbaan geleid. Zo kunnen we de verkeersdoorstroming waarborgen.